Zwikken

Zwikken is een kaartspel, dat veel in Noord-Brabant gespeeld wordt. Ook onder soldaten is het populair. Het lijkt enigszins op rikken.

Men krijgt drie kaarten om mee te spelen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld jassen worden deze drie kaarten met de klok mee gedeeld. Alleen de tien, boer, vrouw, heer en aas worden gebruikt.

Net als bij andere kaartspellen (zoals klaverjassen, waar een Rotterdamse en Amsterdamse variant voorkomt) kent dit spel verschillende uitleg van de “regels”.

 

Regels

Elke speler legt een fiche in de pot. De gever geeft iedereen drie kaarten en draait een kaart voor troef. De spelers zeggen nu om beurten wat ze van het spel verwachten, door te zeggen “ik vraag” (of “ik speel”) of “pas”.

Het is mogeljk dat meerdere spelers willen vragen. In dat geval is het gebruikelijk dat men zegt “ik vraag beter” of “ik vraag nóg beter”.

Heeft er iemand gevraagd, dan komt er nog een biedronde, zodat spelers die eerst gepast hebben alsnog kunnen besluiten beter te vragen. Dit komt vooral voor als een speler zwik heeft (zie verderop).

Daarna komt de speler links van de gever uit voor de eerste slag. Kleur bekennen is verplicht. Wie niet kan bekennen moet troeven, als hij dat kan. Ondertroeven is verboden, tenzij men niet anders kan. Wordt troef gevraagd, dan mag men naar keuze hogere of lagere troeven bijspelen.

Winnaar van de slag is degene die de hoogste troefkaart speelde, en als er niet getroefd is degene die de hoogste kaart speelde in de gevraagde kleur. De winnaar komt uit voor de volgende slag.

Zijn alle slagen gemaakt, dan tellen de spelers hun punten: aas=4, heer=3, vrouw=2, boer=1, tien=0. De speler met de meeste punten wint. De overige spelers verliezen. Hebben twee spelers allebei het hoogste aantal punten, dan verliest iedereen.

Een speler die gevraagd heeft en wint, krijgt de inhoud van de pot. De spelers die gevraagd hebben en verliezen, moeten hetzelfde bedrag in de pot zetten. De spelers die gepast hebben krijgen en betalen niets.

 

Zoeken

Wordt er rondgepast, dan kan de gever, als hij wil, een nieuwe troef draaien. Dit heet zoeken. Er wordt twee keer gezocht, er zijn dan dus in totaal drie troeven geweest. Wordt er een troefkleur gedraaid die al eerder geweest is, dan is iedereen verplicht te passen. Als de gever zoekt, dan moeten alle spelers een fiche inzetten. De tweede keer zoeken is ‘gratis’. Zoeken is niet verplicht, heeft de gever slechte kaarten, dan zoekt hij niet.

 

Zwik

Heeft een speler drie gelijke kaarten, bijvoorbeeld drie boeren of drie azen, dan wint hij direct. Tijdens de bieding vraagt hij gewoon (zie echter de volgende alinea). Is de bieding geëindigd, dan laat hij zijn kaarten zien en wint. De andere spelers verliezen (als ze gevraagd hebben). Hebben meerdere spelers zwik, dan wint degene met de hoogste kaarten.

Een speler met zwik zal bij voorkeur in eerste instantie passen. Vraagt een andere speler, dan kan de speler met zwik in de tweede biedronde beter vragen. Wordt er rondgepast en een andere troef gezocht, dan heeft de speler met zwik een nieuwe kans om beter te vragen. Wordt er echter rondgepast en besluit de gever niet te zoeken, dan heeft de speler met zwik verkeerd gegokt, want hij krijgt geen kans meer om alsnog te vragen.

 

Troef tien

De speler die troef tien heeft, mag deze kaart omruilen voor de gedraaide troefkaart. Doet hij dat, dan moet hij dat doen voordat hij een kaart in de eerste slag legt. Een speler kan ook zwik krijgen door troef tien om te ruilen. Is er een nieuwe troef gezocht, dan kunnen alle eerder gedraaide troeven worden omgeruild.

Een speler die troef tien heeft, moet dat aankondigen door in de bieding te zeggen: “ik ken hem”. Hij zegt dus: “ik ken hem en ik pas” of “ik ken hem en ik vraag”. Hij kan ook zeggen “ik verwacht een betere”, en dat betekent: “ik heb troef tien, maar ik hoop dat er een andere troefkaart van dezelfde kleur gezocht wordt, en dan kan ik daarmee zwik maken.”